Tour d’Europe: Erotische kunst in behoudend Wenen – Klimt en Schiele

  1. Een rokerig café, een Zigarettenautomat, telefooncellen met -boeken, een winkel met bontjassen, Wiener Schnitzel geserveerd in de traditionele dirndl en cash betalen. Nee, het is geen decor voor retro-toeristen die willen ervaren hoe het er hier 30 jaar geleden uitzag. Dit is Wenen in november 2018.

De sfeer is Slavisch, enigszins afstandelijk, jaren 80. Wenen is een conservatieve stad.

Na de catastrofale slag om Wenen in 1945 heeft de majesteit zich volledig hersteld en haar trots hervonden. De hoofdstad van Oostenrijk ligt in centraal-Europa, land van Tirol, oude keizerrijken, Sissy én ’s werelds jongste regeringsleider. Een statige thuisplek van de meesters van muziek en schilderkunst, in paleizen en monumentale gebouwen. Zoals Slot Belvedère, waar de schilderijen van Oostenrijkers Gustaf Klimt (1862-1918) en Egon Schiele (1890-1918) hangen. Tour d’Europe ging ‘terug in de tijd’ en bezocht de royale vertrekken, waar de meesters in stijl te bewonderen zijn.

Tour langs tijdgenoten van de belle époque

We starten in Oberes Belvedère (foto) waar de meeste Klimts hangen. Via de keizerlijke vertrekken worden we langzaam toegeleid naar het topstuk: het gouden liefdespaar van De kus. Onderweg bewonderen we andere meesters en meesteressen uit de artistieke bloeiperiode in het Wenen van de belle époque, het onbezorgde, welvarende Europese tijdperk waaraan de gruwelen van de Eerste Wereldoorlog drastisch een einde maakten. Mij trof het werk van Elena Luksch-Makowsky (Petersburg 1878–1967 Hamburg), waaronder een zelfportret met haar pasgeboren zoon. Ze bleek een dochter van de (veel beroemdere) Russische schilder Konstantin Makovsky, reisde veel door Europa en begaf zich in de kunstenaarskringen van Wenen. Ook ik kende haar werk niet, maar te zien aan de geoefende en prachtige lijnvoering en kleurgebruik, is ook haar andere werk ongetwijfeld prachtig. Die door witte mannen gedomineerde kunstgeschiedenis zal toch echt eens herschreven moet worden.

Iets verderop zien we de bekende Judith van Gustav Klimt. De erotiek straalt er van af. De half geopende mond en zwoele blik zijn onweerstaanbaar. Die decoratieve en uitdagende symboliek komt vooral terug in Klimts latere werk, waar zijn vroegere werk meer sereen is. Denk bijvoorbeeld aan het indringende portret van Marie Breunig (hieronder) met haar mooie huid, gesloten mond en ingetogen blik. Na nog enkele landschappen volgt dan uiteindelijk De kus. Een leger aan toeristen belemmert het zicht op het iconische schilderij.

Eerst Klimt dan Schiele

In Unteres Belvedere, het universiteitsgebouw aan de andere kant van het park, is een tentoonstelling van Klimts tijdgenoot Egon Schiele. Klimt en Schiele maakten beiden deel uit van de Wiener Secession, de Weense avant-garde-kunstenaarsvereniging. Beide kunstenaars choqueerden de samenleving regelmatig met hun expliciete erotische kunst. Zij werkten in een spanningsveld van traditie en drang tot vooruitgang. Hoewel aanstootgevend, verwierven beiden publieke erkenning tijdens hun leven. Schiele was duidelijk beïnvloed door Klimt, maar zijn lijnvoering is volstrekt anders: expressionistischer, rauwer, harder. Zijn werk gaat door merg en been.

Zelfportret Egon Schiele, 1916 (niet te zien in Wenen)

Op 28-jarige leeftijd overleed Schiele aan de Spaanse griep. In die wetenschap lijk je de dood te ontwaren in de fragiele vormen en kleuren. De beste volgorde om allebei de schilders recht te doen? Eerst het oogstrelende werk van Klimt, dan de rauwe expressie van Schiele.

Opmerkelijk is dat de vele expliciete naakten die Schiele tekende en schilderde, zelfportretten en jonge vrouwen, in deze tentoonstelling ontbreken. Mogelijk is Wenen daar toch nog iets te behoudend voor. Die Umarmung, Liebespaar II, een adembenemend liefdevol werk, treffen we gelukkig wel.

Terug naar de top