Kunst is het hoofdgerecht

Nu wij van de culturele sector door de corona om dreigen te vallen, moeten we ons bestaansrecht bevechten. Dat is ons helaas weleens eerder overkomen tijdens bezuinigingen. Maar waarom moeten we ervoor vechten? Algemeen gezien is cultuur alles wat de mens schept. Het is ons leven. Dat zou toch vanzelfsprekend moeten zijn.

Met cultuur bedoelen de media en politiek ‘kunst’ en dat is muziek, beeldende kunst, theater, poëzie, literatuur en dans. Daarbij hoort iedereen die in die wereld werkt. Dat zijn de makers; de musici, artiesten en de culturele instellingen; de podia, theaterhuizen, concertzalen, poppodia, musea en alle andere organisaties die culturele festivals en evenementen organiseren. Het wordt door de politiek beschreven als een aparte sector, net zoals bijvoorbeeld landbouw, zorg, onderwijs en media. En die ‘aparte’ sector moet haar nut bewijzen om deze crisis te kunnen overleven.

Gelukkig beseft de politiek dat cultuur en kunst noodzakelijk zijn. De Tweede Kamer onderstreepte recent het belang. ‘Ze’, zei de Kamer, ‘zorgen voor troost, inspiratie en afleiding. Zeker nu.’

Ai. Dat klinkt toch als een bijgerecht. Zo ervaar ik dat niet. Ik leef ervoor en ervan. Ik geniet van de cultuur op straat, in de natuur, in de bioscoop, het theater, het museum en thuis. En ik ben niet de enige. Vóór het corona tijdperk struinden we in grote getalen alles af op zoek naar interessante culturele activiteiten. Het was geen afleiding. In tegendeel, het was een doel. In een klap is dat nu (even) voorbij. Overmacht. We moeten geduld betrachten, maar we missen de kunst en de sfeer in de concertzalen, musea en theaters verschrikkelijk.

Het zou fijn zijn als de politiek zich in deze tijd twee dingen beseft. Ten eerste dat cultuur (en dus kunst!) een hoofdgerecht is, en datgene waarvan en waarvoor we leven. Voeding voor lichaam en ziel. Wie wij zijn uiten we in de kunst disciplines. Onze motoriek, ons handschrift en onze taal zijn onze expressiemiddelen. We communiceren erdoor en ermee. En soms raken wij het publiek, net als gespecialiseerde kunstenaars het publiek weten te raken. Keer op keer. Cultuur is wat we achterlaten als we er niet meer zijn. Cultuur is definitief.

En ten tweede is de culturele sector vele malen groter dan je voor mogelijk kunt houden. De sector staat niet op zichzelf. De hele wereld er-om-heen, de gebouwen, de technici, de toeleveranciers, de materialen, de horeca, noem het allemaal maar op is erbij betrokken. Er zijn ontiegelijk veel schakels in de keten van de culturele activiteiten. Los van de economische gevolgen door het annuleren van allerlei activiteiten, is er ook sprake van een vertrouwensbreuk. Opdrachten gaan niet door en afspraken kunnen niet worden nagekomen. Niemand is werkelijk verantwoordelijk, maar toch. De pauze heeft tragische effecten.

Alles is met elkaar verweven. Niets staat op zichzelf. Dat blijkt wel in deze tijd die ons allemaal raakt. Vanzelfsprekendheden blijken kwetsbaar. Nu we even geen voorstellingen bezoeken, hebben we tijd om na te genieten, her te beleven én te dromen van alles wat ons nog te wachten staat. De culturele sector zijn wij zelf en hebben we zorgvuldig opgebouwd. De bouwstenen zijn er allemaal. Laat ze in takt. ‘Zorg goed voor elkaar’ staat er op het Concertgebouw in Amsterdam. ‘Investeer in cultuur’, voeg ik er aan toe. Want dat is investeren in elkaar.

Carlien Oudes,
kunstenaar en organisator ZomerExpo

Bovenstaande afbeelding. Aanrecht, Annemarie Vink (ZomerExpo 2017)

 

Terug naar de top