Expeditie Europa #11: Een traditie van onbedorven jongens

Ninetto Davoli. Foto Janine Prins

In de aanloop naar Europa ZomerExpo 2019 herpubliceren wij op deze pagina de gewaardeerde NRC-reeks Expeditie Europa: de zoektocht in 2006-2007 naar witte plekken op de Europese culturele kaart van film- en tv-recensent Hans Beerekamp en antropoloog-filmmaker Janine Prins. Gedurende een half jaar woonden en werkten zij aan boord van een verbouwde Mercedes-vrachtwagen. Gewapend met een tiental hypothesen over Europa, om te toetsen aan de hand van de culturele uitingen die ze tegenkwamen. Onderweg zochten ze gesprekspartners in landen die al dan niet tot de EU behoorden, kunstenaars, oude bekenden, toevallige passanten, buitenstaanders of NRC-correspondenten.

Met toestemming van NRC Handelsblad (tekst) en Janine Prins (beeld) herpubliceren we de webversies van de wekelijkse artikelen uit de papieren krant. Het veel uitgebreidere dagelijks weblog is niet meer digitaal beschikbaar.


16 december 2006

Hans Beerekamp

Een traditie van onbedorven jongens

Liefde tussen mensen van hetzelfde geslacht; het lijkt nooit een groot probleem te zijn geweest in de Italiaanse samenleving. Dat wordt het pas als een homoseksueel zo’n relatie wil formaliseren en voor de wet gelijke behandeling gaat eisen.

De stad Padua nam onlangs een voorschot op het plan van de centrum-linkse regering Prodi om partnerregistratie wettelijk te regelen. Het kwam Padua op een banvloek van het Vaticaan te staan.

De Atlas of European Values rangschikt op grond van een recent onderzoek de tolerantie van burgers van alle Europese landen ten aanzien van homoseksualiteit. Italië is een goede middenmoter, iets boven het Europese gemiddelde en ver verwijderd van hekkensluiters Azerbadzjan, Hongarije en Albanië.

Marjan Schwegman, directeur van het Koninklijk Nederlands Instituut te Rome, heeft de afgelopen vier jaar nogal eens negatieve reacties gehoord op verschillende aspecten van de Nederlandse liberale politiek. Op het abortus- en drugsbeleid, al beroert dit de Italianen minder dan het homohuwelijk en euthanasie.

Deze week beheerste de doodstrijd van Piergiorgio Welby dan ook de voorpagina’s van de Italiaanse kranten. Welby, die lijdt aan gevorderde spierdystrofie, heeft president Napolitano een open brief gestuurd met het verzoek te mogen sterven. De toon in de krantenberichten wijst erop dat de publieke opinie Welby dit niet misgunt.

Zoals vaker lijkt het verschil tussen de Noord- en Zuid-Europese opvattingen vooral in een informele en formele benadering te zitten. Prostitutie bestaat overal, maar in Italië staan de opvolgsters van Giulietta Masina’s personage in Fellini’s film Le notti di Cabiria (1957) net buiten het schijnsel van de lantaarns. En bevinden de schandknapen zich in donkere bochten, net buiten het zicht van het Nederlands Instituut.

Directeur Schwegman heeft daar, naast aandacht voor oudheid en kunstgeschiedenis, ook het oog gericht op meer eigentijdse onderwerpen als film en media. Deze week deelde ze een prijs uit aan Floris Meens, een Nederlandse student die een scriptie schreef over dichter-filmmaker Pier Paolo Pasolini (1922-1975) en diens liefde voor de ‘ragazzi di vita’, de jongens uit het leven.

Pasolini was homoseksueel, maar choqueerde de burgerij door daar openlijk films en gedichten over te maken. Naar aanleiding van een zedenschandaal werd hij in 1949 uit de communistische partij geschopt; zijn voortdurende verbinding van katholieke symbolen met liefde voor knapen uit het onderproletariaat leidde tot problemen met de kerk en tot censuur.

Meens’ scriptie wijst op de continuïteit van het thema van de geësthetiseerde, onbedorven volksjongens in de Italiaanse literatuur, schilderkunst, fotografie en film. Pasolini stond dus in een traditie, maar werd geen volksschrijver als Gerard Reve, integendeel. Dat komt vermoedelijk door culturele verschillen, want er zijn veel overeenkomsten. Ook Pasolini joeg conservatieven en progressieven in de gordijnen, door beider opvattingen te vervloeken. Hij verzette zich tegen de consumptieve toepassing van (seksuele) vrijheden en daarmee tegen de libertijnse geest van de jaren zeventig. Zijn onbedorven jongens moest hij van steeds verder halen, terwijl hij in feite de verwording van de seksuele revolutie voorspelde, en daarmee het universum van zowel Silvio Berlusconi als van Michel Houellebecq.

De moord op Pasolini in Ostia op 2 november 1975 houdt nog steeds de gemoederen bezig. Hij werd gedood door een 16-jarige jongen, die hij had betaald om mee te gaan. De veroordeelde dader, Pino Pelosi, krijgt allengs de contouren van een Lee Harvey Oswald. Volgens sommige vrienden van Pasolini was de jongen een pion in een complot van Pasolini’s morele vijanden, die je bij extreem-rechts zou moeten zoeken.

Een mij tot voor kort onbekende variant op deze complottheorie kreeg ruime aandacht op de Pasolini-bijeenkomst die deze week op het Nederlands Instituut plaatsvond. De filmer zou zijn eigen dood hebben georganiseerd, om zo zeker te zijn van een onsterfelijke reputatie. Het zijn schimmige opvattingen, gebaseerd op flinterdunne aanwijzingen.

Een van Pasolini’s grote liefdes was de in Calabrië geboren Ninetto Davoli, die door negen van zijn films huppelde. Ze deelden enkele jaren elkaars leven, maar Davoli trouwde en noemde zijn zoon Pierpaolo. Davoli gelooft niets van al die complottheorieën.

Wat zou Pasolini eigenlijk gedacht hebben over het homohuwelijk of partnerregistratie? Daar kan geen misverstand over bestaan: hij zou het een verachtelijke list van de bourgeoisie hebben gevonden.


WEEK 7: VAN LIVORNO NAAR ANCONA, 786 KM
De zevende week van Expeditie Europa was voorlopig de laatste op het grondgebied van de Europese Unie of het economisch en cultureel verwante Zwitserland. De rode draad vormde de afgelopen dagen toevallig Caravaggio: de expeditie bezocht Porto Ercole, waar hij in 1610 zou zijn bezweken aan een zonnesteek en wordt herdacht met een even modern als roestig monument; ging in Rome naar de kerk van Santa Maria del Popolo, waar zijn Bekering van Saulus hangt, in de week dat het Vaticaan Paulus’ gebeente opgroef; en bezocht een bijeenkomst waar Pasolini met Caravaggio werd vergeleken. Zelfs het chiaroscuro van de schilder was overal in het landschap te vinden en in de Italiaanse neiging om licht en donker fel te laten contrasteren, ook in moreel opzicht.


<< Expeditie Europa #10                                                     Expeditie Europa #12 >>

Terug naar de top