Europa boven de Parnassus

De oude Grieken vertrouwden het al niet. Vlak boven Athene lag de berg Parnassus. Alles ten noorden daarvan was eng. Het was er niet pluis. Naar het Oosten en het Zuiden, richting het Midden-Oosten, Azië en Noord-Afrika was de wereld hen vertrouwd. Daar waren de mensen welvarend en beschaafd. Naar het Noorden en het Westen brachten de mensen – als je ze al zo kon noemen – vreemde geluiden voort, ze waren wild en ongewassen, de bossen waren er ondoordringbaar, er waren hoge bergketens en uitgestrekte moerassen. Het was er koud en mistig en de mensen leefden er in plaggenhutten en vreemde houten constructies. Ze stonden elkaar graag naar het leven. Er was geen zon, geen ruimte en geen zorgeloosheid, zoals in de mediterrane wereld.

Daar boven de Parnassus, dat was Europa.

Het is nog steeds een wonder dat daar iets als beschaving kon ontstaan. Het begon allemaal met een meisje dat toevallig Europa heette. Samen met haar al even lieflijke zusjes plukte zij bloemen op een van de prachtige, grazige weiden ergens tussen Libanon en Tunesië. Zij was mooi en argeloos, en oppergod Zeus kon zijn ogen niet van haar afhouden. Hij veranderde zichzelf in een briesende, imposante stier en stevende op de meisjes af. Zijn dwingende verschijning, zijn onweerstaanbare oogopslag, zijn naar saffraan of krokusjes riekende adem en de soepele spieren onder zijn blanke huid imponeerden Europa. Ze was verkocht. Ze liet zich meevoeren over de zee naar Kreta, waar Zeus haar meedogenloos te grazen nam. Ze schonk hem drie zonen. De geschiedenis van Europa was begonnen.

Zeus besefte niet dat de familie van Europa een samenraapsel was van vreemde snuiters en ontheemden. Hesiodus, een tijdgenoot van Homerus, doet in zijn Vrouwencatalogus een boekje open over heldinnen als Europa, ‘die in die dagen vooraan stonden hun gordels los te haken om het aan te leggen met de goden.’ Europa was er zo een. De volkeren die Europa overspoelden kwamen van heinde en ver, met potten, dieren, gewassen en hun cultuur. Ze waagden zich tot in alle uithoeken van dat vreemde gebied boven de Parnassus. Zo’n 160 verschillende culturele groeperingen in Europa op dit moment. Het zoemt er van de kunst en cultuur.

En Europa? Zij werd tot onderwerp van de weefwedstrijd die Arachne aanbond tegen Pallas Athene. De oppergodin was danig geïrriteerd door dat volksmeisje dat niet uitblonk in stand of afkomst maar die wel ongehoord mooi kon weven. Arachne begon te weven en beeldde Europa uit, bedrogen door de stier, terwijl zij meegesleurd wordt in een bedrieglijk echte zee. Je ziet het meisje kijken naar het achterblijvend strand, roepend naar haar vriendinnen, haar voeten opgetrokken tegen het woest opspattende water. Pallas was zo nijdig over het fantastische kunstwerk dat ze Arachne haar eigen buxushouten naald door het voorhoofd boorde. Dat was het arme kind teveel. Pallas kreeg medelijden en stond Arachne toe verder te leven, als spin, eeuwig draden spinnend om haar web te weven. De kunst was geboren.

Terug naar de top