Tour d’Europe: betoverd door Neo Rauch

Bloedbroeders (1917)

 

‘Naast de liefde is de schilderkunst de mooiste manier om de tijd stop te zetten.’

Melancholie en verlangen naar een tijd en een omgeving die er niet meer zijn. Neo Rauch schildert de schoonheid van het verlangen. Het woord Heimat komt op als ik naar zijn schilderijen kijk. Een Nederlandse equivalent ontbreekt. Nostalgie komt in de buurt, maar dekt de lading niet. Heimat verwijst naar het thuisland, de streek waar je bent geworteld. Rauch is geboren in 1957 in Leipzig en woont en werkt daar nog steeds. Hij groeide op in Aschersleben, 99 kilometer schuin daarboven. Waar hij vandaan komt, zien we terug in zijn werk.

Fabelachtig mooi werk. Schilderijen met landschappen, gebouwen en gebeurtenissen met mythische en fantastische figuren in wisselend perspectief gecombineerd. Zinsbegoocheling in verf.

65 van Rauchs grote doeken zijn momenteel te zien in Museum de Fundatie in Zwolle. De prachtige opbouw van telkens rijker gevulde voorstellingen in zijn oeuvre voert je van het ene naar het andere Schauspiel. Op de derde etage van het museum tref ik een meer dan levensgrote foto van de kunstenaar. Zijn tedere blik bevat een diep gevoelde belofte. Hij is 57 jaar jong, nu al een van de belangrijkste kunstenaars van deze tijd en god weet wat hij nog allemaal nog meer gaat maken.

De titel van de tentoonstelling, Dromos, is ontleend aan een werk uit 1993, te zien op de eerste verdieping van het museum. De dromos was in het Oude Egypte de toegangsweg naar een tempel, met een rij sfinxen aan weerszijden. Voor Rauch is het de toegang naar de innerlijke wereld. In hetzelfde jaar 1993 kreeg hij een droom met een visuele instructie. Had hij in zijn vroege werk – veelal op grote stukken papier – de figuratie overboord gegooid in zijn drang ‘modern’ te zijn. Deze droom zet hem weer op dat spoor.


Dromos, 1993

Rauch heeft een stoïcijnse manier van werken. Onttrokken aan de mores van de beeldende kunst, waar sommigen in hun theoretisch doordenken de traditionele schilderkunst zelfs hebben doodverklaard, produceert hij zo’n 20 grote doeken per jaar. Een intrinsieke drang. De voorstellingen komen naar zijn zeggen voort uit ‘een innerlijke observatie, het is praktisch voorhanden. Het komt uit het schemerrijk naar me toe, ik hoef het dan alleen maar op het doek te zetten, het is er eigenlijk al.’ Of het ontstaat al schilderend en wordt ‘op het doek tot een zichtbare eenheid verweven.’ Dat zijn z’n enige twee opties. In beide gevallen schildert Rauch uit het hoofd, met een enorm Fingerspitzengefühl. Klassiek geschoold beheerst hij alle technieken en kan daarom onbelemmerd, zo lijkt het, zijn gedachten verbeelden.

De tentoonstelling in De Fundatie laat schilderijen zien waartussen Neo Rauch zich geborgen voelt. Een veilige omgeving van beelden die in hem opkwamen en waarvan het hem gelukt is ze te schilderen. Dat is niet altijd het geval. Een strijd om de magische voorstelling houdt hem ‘s nachts geregeld uit zijn slaap. Zijn ideale toeschouwer is iemand die zich de beelden in laat zuigen, zintuiglijk ontvankelijk is, niet met het verstand kijkt.

En ideaal ben ik. Moeiteloos laat ik me meevoeren. De verf is nog nat in Bloedbroeders (1917). De romantiek straalt er vanaf, de voorstelling is klassiek, het verhaal nauwelijks te volgen. Maar dat hoeft ook niet. Neo Rauch is een gulle schilder. Hij geeft de toeschouwer het plezier van het kijken zonder uitleg. Toch komen de vragen onwillekeurig op: wat beweegt hem en vooral, waar komt hij vandaan? Welke beelden staan op zijn netvlies, welke sferen hebben hem gevormd, in welke omgeving is deze bijzondere kunstenaar groot gebracht?


Aschersleben, 1970, vlak voor de stadsrenovatie

Rauchs ouders, Hanno Rauch en Helga Wand studeerden aan de Hochschule für Grafik und Buchkunst Leipzig. Ze waren 19 en 21 jaar oud toen ze bij een treinongeluk het leven lieten. De ouders van zijn vader brachten baby Neo groot, omringd door werken van zijn vader, in Aschersleben. Een oude historische stad in Saksen-Anhalt die, zoals vele Europese steden de laatste eeuw ingrijpende veranderingen heeft ondergaan. Tijdens de Tweede Wereldoorlog waren hier twee grote machinefabrieken gevestigd, die onder meer vliegtuigrompen produceerden en waar ongeveer 6.000 mensen werkten. Een geïmproviseerd subkamp van concentratiekamp Buchenwald moest de gedwongen arbeiders huisvesten. Ook werd een vliegveld opgetrokken in de oude stad. Om die reden is Aschersleben herhaaldelijk gebombardeerd, maar een allesvernietigend bombardement bleef uit. Op 17 april 1945 bezetten de Amerikaanse strijdkrachten de fabrieken. Op 23 mei droegen ze de stad over aan de Britse troepen en later op 1 juli kregen de Sovjets Aschersleben in handen. De fabrieken waren grotendeels intact gebleven. De meeste installaties zijn in 1946 door de Sovjets ontmanteld en naar Kiev in de Sovjet-Unie overgebracht.

De naoorlogse DDR-stad werd in korte tijd aanzienlijk uitgebreid. Het aanzien van de historische kern werd meer en meer bepaald door fabrieksgebouwen, van de gereedschap- en verpakkingsindustrie, de specerijenverwerking en de transportsysteem- en pijpleidingconstructie. Na de Wende veranderde de nieuwe politiek de stad wederom en werd de invloed van het kapitalisme zichtbaar.


Vater, 2007

De jonge Neo Rauch leefde in het naoorlogse Aschersleben tussen twee ideologieën in het hart van Europa. Hij koos, net als zijn ouders, voor de Hochschule für Grafik und Buchkunst Leipzig, een traditionele opleiding waar ambachtelijke, realistische kunst werd gedoceerd. Rauch is wars van politieke uitlatingen, maar zijn geschilderde taferelen met symbolen, historische kostuums en landschappen van andere tijden spreken boekdelen. “Ik laat geen politiek toe in mijn werk. Dat is vervuiling. Ik ben een Duitser met alle betekenissen daarvan, maar ook met een romantische laag. Ik ben sterk beïnvloed door Max Beckmann, bepaald geen standaard Duitser, maar een man met een meedogenloze vastbeslotenheid.”

De geest van zijn vader bleef aanwezig en werd in 2007 gevisualiseerd in Vater: een intiem en aangrijpend werk over koestering en vaderliefde. Over het werk en de invloed van moeder zie en lees ik weinig. De ontvankelijke Rauch heeft de sferen en stemmingen opgevangen en meegenomen in zijn gedachten. Schakelen van de ene naar de andere wereld en verlangen naar een andere tijd zijn symbolisch voor zijn leven en werk. Hoe internationaal zijn reikwijdte ook is, hij woont en werkt nog steeds in zijn Heimat. Als een tovenaar zet hij de tijd en de omgeving naar zijn hand.

 

Neo Rauch: Dromos. Schilderijen 1993-2017
Van 21 jan t/m 3 juni in de Fundatie, Zwolle. Inl: museumdefundatie.nl

 

Terug naar de top